Memorie van uitdelingen 1809

Memorie van uitdelingen 1809

In 1809 blijken de uitdelingen sinds 1639 aanzienlijk vermeerderd. De vrouwen krijgen in totaal 26 gulden per jaar, ieder een achtste last turf en 300 beentjeshoutjes (eikenhakhout). Naast op de kerkelijke hoogtijdagen en op de sterfdagen van de familie van Anna van Haerst worden nu ook op andere dagen uitkeringen gedaan. In januari en februari wordt uit een legaat van 800 gulden van Maria Lucia van Twenhuysen (1687-1771) ruim 2 gulden uitgekeerd onder verplichting van het horen van twee missen waarin zij en haar man Cornelis van Grootveld (1683-1768) herdacht werden. Op Midvasten (de vierde zondag in de veertigdaagse vastentijd voor Pasen) werd geld uitgedeeld voor vis, op 18 mei ter nagedachtenis van Derkje Janss, overleden in 1797, aan giften en legaten maar liefst 5.550 gulden schonk; op 1 oktober voor boter, op St. Maartensavond (10 november) voor een vogel en op 22 november wegens de sterfdag van Cornelis van Twenhuysen, de eerste collator van de Stichting; hij liet in 1665 420 gulden na.