Portret van Anna van Haerst

Portret Anna van Haerst

Anna van Haerst is geportretteerd in een deftig zwart kostuum met rijk bewerkte keurs. Rond haar hals een kleine plooikraag en haar hoofd is bedekt met een wit vleugelkapje. In haar rechterhand houdt zij een gebedenboekje of een Bijbeltje. Anna was vermoedelijk rond de zeventig jaar toen dit portret werd gemaakt. Zij werd rond 1655 geboren als buitenechtelijke dochter van Johan van Haersolte, lid van een aanzienlijke familie. In 1585 deed zij een goed huwelijk met Emmanuel van Twenhuysen, doctor in de rechten. Hij was ook een buitenechtelijk kind: zoon van de priester Wilbert van Twenhuysen Helmichsz. (overleden voor maart 1578) en zijn ‘bijliggersche’ Lutgert Lentelink (overleden Zwolle, 19 januari 1601).

De rooms-katholieke familie Van Twenhuysen behoorde tot de bestuurlijke elite in Kampen (16e eeuw) en Zwolle (1439-1674). Zowel leden uit de familie Van Haersolte als Van Twenhuysen bekleedden functies als kerkmeester, schout, schepen, raad en burgemeester. Na de Reformatie in 1580 bleven Emmanuel en zijn jongere broer Helmich katholiek. Dit betekende dat zij geen publieke ambten meer mochten bekleden. Als rijke kooplieden, advocaten en rechtsgeleerden bleven de Van Twenhuysens wel tot de Zwolse katholieke elite behoren.

Anna en Emmanuel kregen drie kinderen waarvan maar één zoon, Zacharias, de volwassen leeftijd bereikte. Helaas verloor Anna voor 1625 haar man en voor 17 augustus 1634 haar zoon aan de pest. Omdat zij zonder directe erfgenamen achterbleef, besloot zij een tehuis voor arme vrouwen op te richten, dat genoemd werd naar haar man: de Emmanuelshuizen. Zo is zij ook aangeduid in de tekst onder het alliantiewapen Van Twenhuysen-Van Haersolte, links boven op het schilderij: ‘ANNA VAN HAERST/ WEDVWE VAN SALIGE/ EMANVEL VAN TWENHVIJSEN/ EN STICHTERSE VANT HVIJS/ DOOR GODTS GRATIE’. Het portret hing in de collatorenkamer van de Emmanuelshuizen. Het wapenschild is gedeeld en toont links het wapen van Twenhuysen: een gouden dwarsbalk van boven vergezeld van drie gouden lelies op een rood veld. De rechterzijde toont vier zwarte kepers op een gouden veld: Van Haersolte.