Rapiarium

Rapiarium

De geloofsbeweging van de Moderne Devotie, die aan het einde van de 14e eeuw opkwam onder invloed de prediker Geert Grote (1340-1384), legde grote nadruk op de individuele geloofsbeleving. Het overdenken van religieuze teksten had daarin een belangrijke rol en moest leiden tot een inniger contact met God. De broeders en zusters van deze beweging werd geleerd om zelf teksten en citaten van geliefde schrijvers te noteren in een eigen boekje, het zogenaamde ‘rapiarium’. De naam is afgeleid van het Latijnse ‘rapere’: grijpen of snel opnemen. Dit boekje bevat onder meer teksten van Thomas a Kempis (c. 1380-1471) uit het Klooster Agnietenberg bij Zwolle, één van de bekendste schrijvers binnen de Moderne Devotie. Zijn eigen rapiarium was de basis voor zijn wereldberoemde werk Over de navolging van Christus (1420-1441).

Wie de eigenaar van dit kleine met rood, blauw en groen penwerk versierde boekje was, is niet bekend. Het is waarschijnlijk wel in Zwolle gebonden: de stempelversiering op de band is identiek aan die van een liedboekje uit het Zwolse Fraterhuis. Het boekje bevat vooral gebeden: tot de ledematen van Christus (hoofd, gezicht, ogen, mond, oren etc.), tot zijn vijf wonden (in handen en voeten en de rechterzijde), tot Maria en haar moeder Anna, tot de heilige Franciscus etc. Daarnaast zijn er teksten over voorbeeldig levende gelovigen in opgetekend, over de kunst van het sterven en citaten van vele kerkvaders en heiligen.

Het rapiarium behoort als enige niet tot de oorspronkelijke collectie van de Stichting Emmanuelshuizen, maar werd aan het eind van de 19e eeuw door ruil verkregen.