Reglement voor de vrouwen 1680

Reglement 1680

Tegenover de kost en inwoning en de jaarlijkse uitdelingen in onder andere geld, boter en vis die de bewoonsters van de Emmanuelshuizen kregen, stonden ook verplichtingen. Een 19e-eeuws afschrift van een reglement uit 1680 vermeldt maar liefst 19 artikelen met bepalingen waaraan de vrouwen zich dienden te houden. Zo moesten zij al hun geld en goederen in brengen en die vervielen na hun overlijden aan het huis. De vrouwen dienden elkaar te verzorgen bij ziekte, zij zich zeer fatsoenlijk te gedragen en niet te vloeken, kijven of schelden. Niemand mocht zonder toestemming iemand bij zich laten logeren of een buitenstaander linnen laten bleken op de bleek. De vrouwen moesten ook het terrein schoon houden: vier vrouwen aan de Praubstraat wonend reinigden de straat en goten aldaar, de twee vrouwen ‘op de kamer’ en nog een in de gang beheerden de binnenplaats en de vier aan de bleek de Goudsteeg.

De vrouwen mochten geen leerlingen aannemen om hen te leren naaien, ‘speldewerken’ (kant maken), of kousen breien. In de zomer sloten de poorten voor en achter om 9 uur ’s avonds en in de winter om 8 uur. Als een van de vrouwen buitengesloten raakte en ‘buiten komt te vernagten’ die zou 10 stuivers verbeuren. Ook op overtreding van andere regels stonden geldboetes.

Dat het niet altijd even netjes toeging in de Emmanuelshuizen blijkt uit het laatste artikel: de collatoren (regenten) hebben tot hun grootste misnoegen vernomen dat er vrouwen tot nadeel van het huis en schandaal van de andere bewoonsters dronken waren en dat er verschillende keren turf, hemden, kleding en andere zaken vermist werden. Om dit in de toekomst te voorkomen zal de schuldige de eerste keer de volledige uitdelingen mislopen en de tweede keer uit het huis gezet worden. De rentmeester moet erop toezien dat de regels worden nageleefd. In 1868 werden de bepalingen aanzienlijk verzacht. De vrouwen moesten nu wel 30 gulden betalen bij intrede, maar hielden de beschikking over hun eigen goederen. Naast 40 gulden uitdelingen aan geld, ontvingen ze ook nog 3000 stuks turf, 300 ‘beentjeshouten’ (brandhout), 45 pond vlees en 5 pond vet.