Transport van twee koescharen 1767

Transport van twee koescharen 1767

De inkomsten van de Emmanuelshuizen bestonden uit schenkingen en legaten en de opbrengsten van verhuur en verpachting van huizen en landerijen. Zo werden in 1767 twee koescharen in Schellerhoek, in de stadsvrijheid van Zwolle, aangekocht. Het perkamenten charter van deze verkoop heeft twee uithangende zegels van Egbert Scriverius en Rhijnvis Feith, schepenen van Zwolle. De Schellerhoek is tegenwoordig een wijk aan de zuidwestkant van de stad. Een koeschaar is de hoeveelheid land die nodig is om één volwassen koe te voeden (ca. 600 m2).

De koescharen werden verhuurd tot 10 november 1810, het laatst voor een bedrag van 22 gulden per jaar. In 1810 werden ze voor 500 gulden verkocht aan de heer M. Helmich. Mogelijk is dit Michaël Helmich (1753-1835), een zeer vermogende Zwollenaar die met zijn echtgenote Johanna Maria van Grootveld in en buiten de stad uitgestrekte bezittingen had, waaronder het landgoed Vilsteren en De Elskamp bij Luttenberg. Helmich was van rooms-katholieke huize en steunde de kerk regelmatig. Een W.M. Helmich, mogelijk van dezelfde familie, was van 1868 to 1888 collator van de Emmanuelshuizen.